zaterdag 22 augustus 2015

4 jaar alweer


Het lijkt zo langzamerhand wel, of ik maar één keer in het jaar nog iets schrijf. Dit wordt dus een lang verhaal.
Het is ook een vreemd jaar geweest, afgelopen jaar.

In oktober werd ik ziek, gammel, beroerd. Ik dacht dat het aan mijn suiker lag. Dat die ontregeld was. Dat kan tenslotte.
Maar een paar dagen later werd Ruud ook ziek. Met dezelfde symptomen. Ook mogelijk natuurlijk, we wonen hier tenslotte samen.
Ik moest voor controle naar de verpleegster, die mijn suiker 1 x per half jaar opmeet. Die stuurde me door naar een arts. Ik trof een nieuwe, Duitse, enthousiaste man. Wat heerlijk! Iemand die doortastend is tussen al die artsen die er maar één week zijn en tegen hun pensioen aanlopen. Ook Ruud moest van hem komen. We kregen verschillende onderzoeken en de uitkomst was, dat we bacteriële infectie hadden. Hoe kom je daaraan vraag je je af, maar je kunt je beter afvragen hoe je er af komt. Na een antibiotica kuur, Ruud zelfs twee, waren we na ongeveer 5 weken weer een beetje opgeknapt.
Dat was maar goed ook, want onze reis naar de familie in Nederland stond gepland.
Veel liggen op bed en weinig doen, zo kwamen we die 1,5 week door. Jammer.

Het werd winter, voorjaar en zomer. Nog steeds hebben we er last van, we hebben weinig energie.
Maar, dat komt waarschijnlijk ook, omdat we telkens wanneer we in Nederland zijn geweest, ziek worden.

Je zou zeggen: ga dan niet zo vaak naar Nederland. We gaan zo'n vier keer per jaar.
Maar we zien onze kinderen en kleinkinderen graag. En willen wel even met ze knuffelen, zo af en toe.
Onze dochter stuurt via de whats-app wel foto's en kleine filmpjes van de kinderen. Zo kunnen we zien, dat onze kleindochter loopt. Maar het is het niet helemaal.
Met onze zoon skypen we regelmatig, soms wel een uur lang. Ook heerlijk, zo blijven we betrokken.
En we spreken dan onze broers en moeders van 96 en 92. We kunnen altijd bij mijn broer terecht om te slapen. Dat is heel prettig. We hebben het druk in die twee weken Nederland.

Het voorjaar was nat, net zoals het begin van de zomer, geen best weer. Pas nu is het beter. Veel zon, niet te heet. Perfect dus.

Augustus is een goede maand om uitstapjes te maken. De meeste Zweden zijn weer aan het werk.
Dat heeft wel als nadeel, dat een heleboel zaken, zoals eettentjes of iets dat je wilt bezoeken, al weer na 15 augustus gesloten zijn.
Een voordeel is, dat de winkels weer bevoorraad worden. Er worden weer meer goederen afgeleverd.
Ook de ziekenhuizen gaan weer op volle sterkte werken. Vanaf half juni tot eind augustus kun je daar slecht terecht.
Ik moest naar de keel-, neus- en oorarts in juni vanwege oorpijn die niet over ging. Na een week kreeg ik een brief van het ziekenhuis, dat het minstens 4 maanden zou gaan duren. Ook hier wordt de zorg slechter. Gelukkig is de oorpijn uiteindelijk weggetrokken, anders had ik naar de eerste hulp gemoeten, want dat is dan normaal hier.
Aan de andere kant vind ik het medisch personeel ongelooflijk vriendelijk, men neemt nog de tijd voor je. In Nederland maak je niet meer mee, dat een tandarts een half uur voor je uittrekt.
Er wonen hier natuurlijk minder mensen, dus minder stress bij het personeel. En dat merk je.

Tussen het maken van uitstapjes verft Ruud stukken van het huis. Iedere keer een beetje.
Ik werk wat in mijn atelier. Op het moment maak ik schalen waar de dames hun bol wol in kunnen leggen, zodat de bol niet telkens weg rolt.
Er wordt hier tenslotte veel gebreid en gehaakt.



En dan maar hopen dat er iemand komt die ze wil kopen...

We zijn hier komen wonen, omdat het een heerlijke, rustige plek was om te wonen. Aan het eind van een pad, met alleen een klein vakantiehuis naast ons. Op zo'n 50 meter afstand. Daar kwam nooit iemand. Een perfecte plek dus voor ons. Weg van alle drukte.
Totdat het vakantiehuisje verkocht werd, iets dat we nooit verwacht hadden.

Onze buurvrouw, die twee jaar geleden in het kleine vakantiewoninkje ( kamer, keuken en slaapkamer met overloop ) is komen wonen, heeft nu een hele dierentuin rondlopen.
Toen ze kwam had ze 6 honden, die door de tuin rennen en blaffen wanneer we onze hoofden buiten de deur steken. Of wanneer we iets tegen elkaar zeggen in de tuin. Gelukkig zijn ze binnen wanneer ze werkt. Dan horen we ze alleen binnen maar tegen ons blaffen. Maar dat is niet zo erg.
De bedoeling was, de honden verder te trainen. Haar hele tuin staat vol met trapjes, paaltjes en een slang waar ze doorheen kunnen. Maar daar is nu niet veel tijd voor geloof ik.

Langzamerhand kwam er meer vee.
Op een dag vertelde de buurvrouw me in haar rappe Zweeds, dat ze kippen ging houden. Met een haan. " Moest dat nou, die haan", vroeg ik nog. Inmiddels heeft ze er minstens 3 rondlopen. Waarvan er 1 is, die de hele dag door kraait. Nee, dat moet ik anders zeggen. Hij kraait ongeveer 10 x per minuut en dan een kwartier lang. Dan weer een tijdje niet. Totdat de andere ( jonge ) hanen beginnen met hun piepgeluidje. Dan moet hij zich ook weer laten horen. Ik heb haar gevraagd hem weg te doen, helaas dat werkt niet.
Ze heeft geiten gehad, maar die zijn weer weg.

Verschillende kippenrassen worden gekweekt, vandaar die hanen. Van die kippen hebben we geen last. Die zitten achter haar schuur. Die kippen worden verkocht en ze heeft twee vriezers.
Op een gegeven moment een dode kip in onze voortuin en overal een heleboel veren. Wat het voor dier geweest is, die de kip te pakken heeft genomen weten we niet.
Of er komt een auto bij ons de oprit op, mensen stappen uit en vragen naar de kippen. Bij de buurvrouw dus!

Verder heeft de buurvrouw eenden. De die er vorig jaar liepen, kwaakten de hele dag, deze gelukkig niet. Ik begrijp er niets van, eenden zonder vijver. Maar het zal wel goed zijn.
Haar konijnen zijn weer verdwenen, we hebben nog een keer achter een konijn door onze tuin heen moeten rennen. Dat beest was ontsnapt.
Ook zijn er kalkoenen, over geluid gesproken...
En er zijn inmiddels drie katten.
We zijn blij, dat de buurvrouw een baan heeft van 40 uur per week, zodat we alleen de hanen en de kalkoenen horen overdag.

En soms is het ook gewoon helemaal stil, dat is dan echt genieten.
Dat is, zoals het eigenlijk moet zijn.













donderdag 20 februari 2014

Jaartallen

Ik heb altijd wel iets met jaartallen. Bij mij komt, wanneer ik me iets herinner, vaak eerst het jaartal en dan pas, soms na lang nadenken, een datum in mijn gedachten op.
Er zijn een aantal jaartallen die voor mij voorop staan in de rij.

Natuurlijk 1955, het jaar waarin ik geboren ben.
Volgens mijn moeder kwam ik  als stevige baby van 8 pond (het zat er al vroeg in, dat gewicht) precies op de uitgerekende datum.
Mijn broer gaf mij, heel lief, zijn eigen beer. Deze beer staat nu bij mij in de slaapkamer. Die is alle verhuizingen meegegaan met me.
Laten we zeggen, dat ik wist wat ik wilde.
Dit jaartal gebruik ik hier in Zweden regelmatig. Bij het aanvragen van een pasje voor de supermarkt, het bestellen op internet,  wanneer ik bij de dokter kom. Overal heeft men je persoonsnummer nodig. Daarop staat ook mijn geboortejaar.

1971 was het jaar dat ik met mijn ouders ging verhuizen van Den Haag naar Heerlen.
In Limburg gingen de mijnen sluiten en men creëerde werkgelegenheid voor het personeel van de mijnen.
Het bedrijf van mijn vader was al eerder naar Heerlen verhuisd en beetje bij beetje ging het meeste personeel ook die kant uit.

Ik ging er naar een nieuwe school en deed er in 1973 eindexamen. Ik heb het gehaald ondanks mijn examenvrees. In de jaren tot nu toe heb ik een aantal (minder belangrijke)examens gedaan en gehaald, maar ik heb me heilig voorgenomen, dat ik nooit meer een examen wil doen.

Dan 1974
Als behoorlijk jong meisje van 18 jaar ging ik trouwen.
Tegenwoordig zou je gaan samenwonen, maar toen gebeurde dat wat minder. Dat hadden we wel gedaan een korte tijd. Maar Ruud kreeg een vaste standplaats in Alkmaar. Wanneer je trouwde, kreeg je ook een woning aangewezen. Ach, waarom niet?

Het was een gezellige dag. ’s Avonds met de hele familie fonduen, gewoon thuis. Zelf het stokbrood snijden en helpen de tafels te dekken. De familie kwam met het alfabet en de bijbehorende cadeaus en daarna gingen we samen weg. Op vakantie naar Zell am See in Oostenrijk.

Het was februari, er lag wat sneeuw, maar niet heel veel. 
De tweede nacht ging de vinger van Ruud, waar zijn trouwring aan zat, opzwellen. De volgende dag hebben we de ring in het dorp af moeten laten zagen. Hij zat iets te strak.
We vatten kou in het zwembad bij het hotel, dus de rest van de week hebben we snotterend rondgelopen. Nee, wintersport was niets voor ons.

In 1980 kregen we ons eerste kind.
De eerste kleindochter voor onze ouders.
Een kindje met een eigen willetje. Dat bleek al toen ze geboren werd. Nee, niet op de gewone manier, maar gewoon eerst met één voet.
Dit soort zaken komt allemaal in je op, juist omdat ons tweede kleinkind verwacht wordt.
Een spontane meid, die je, zoals elk kind, weleens het schaamrood op de kaken bezorgde met haar –niet al te zachte- uitspraken op straat.
Over een dwerg die een winkel uit kwam: “ hahaha! Kijk nou eens wat een klein meneertje”.

Toen kwam in 1984 onze zoon.
Die had iets, dat hij volgens mij zijn hele leven wel zal hebben: snelheid.
Nog geen vijf minuten was ik in het ziekenhuis en daar was hij al. Dankzij alle rode lichten die we onderweg naar het ziekenhuis hadden.
Hij houdt van snelheid. Scooters, auto’s. En het in- en uit elkaar halen ervan.
Hij heeft een avontuurlijke aard en, hoe kan het ook anders, houdt van wonen in andere landen.

We hebben fijne kinderen, we zijn er trots op.

Verder natuurlijk 2000, het jaar dat mijn vader overleed.
2009, het jaar dat Ruud met vervroegd pensioen mocht.
2011, onze verhuizing naar Zweden. Dat is wel een jaartal dat blijft hangen in je geheugen.
Een keuze die je niet zomaar maakt.
Maar daar heb ik al veel over geschreven.
En natuurlijk de geboorte van ons eerste kleinkind. Wat we niet hadden verwacht: heel bijzonder.


Er zijn natuurlijk vele jaren, waarin er iets gebeurd is, maar die jaartallen blijven op de één of andere manier niet zo hangen.



vrijdag 3 januari 2014

Spa

 
 


Toen ik laatst gevraagd werd door B. , die hier in Zweden bij haar partner H. de feestdagen doorbrengt, om mee te gaan naar Loka, dacht ik “ Loka? Dat is toch het merk van de limonade in Zweden? Gaan we de fabriek bezichtigen?” Ik had het richtingbord met de naam er op wel eens zien staan, maar er verder geen aandacht aan besteed.
Maar Loka blijkt een bron te zijn. Er is een wellness centrum, een spa zoals ze hier zeggen. Gelegen op een prachtige locatie aan, hoe kan het anders, een meer.
http://www.lokabrunn.se/spa-1__1053/avd/privat

De maandag na de kerst werden we gebracht door H. Het was een rit van 1,5 uur. In Nederland haal je het niet in je hoofd om zo lang te rijden om een paar uur te bubbelen. Maar hier zijn afstanden niet zo’n probleem.
Het complex bestaat uit verschillende gebouwen, dus eerst maar bij de receptie een kaartje halen.
“ Sorry, we zijn volgeboekt”, kregen we daar te horen.
Verbaasd keken we elkaar aan. In Zweden is nooit iets volgeboekt, het is altijd rustig, dachten wij als echte Nederlanders. Hadden we vergeten dat het ook in Zweden de vakantieperiode is.
Toch maar even naar het gebouw met de spa. Daar konden we een kaartje krijgen, maar het was wel druk, kregen we te horen.

H. ging niet mee naar het bad, maar hij wilde wel mee lunchen. Daar moest over gebeld worden of er nog wel plek was. Ook dat was mogelijk en even later konden we in het restaurant gebouw een tafeltje uitzoeken. Er waren nog tafels over, dus het viel reuze mee.
Na de lunch een kopje thee met een panna cotta in de lounge. Ik vond de panna cotta een mooi woord voor een lepel vanilleachtige vla met een dot Tova aardbeiensaus er op. Maar de entourage was mooi.

Met onze badjas, handdoek en slippers onder de arm liepen we naar de omkleedruimte. Na eerst, zoals overal in Zweden, onze schoenen in een rekje te hebben gezet.

Eerst maar naar het warme bubbelbad, dan de sauna. Daar zaten we maar met zijn tweeën. Eigenlijk was het alleen maar druk in het zwemgedeelte.
Ik zwem als een slak, maar B. gleed, zover het mogelijk was, als een schicht door het water. Nee, we konden geen bommetje maken. Daarvoor was het te druk.
We verbaasden ons over alle jongelui die op de stoelen lagen en niet zwommen.

Het uitzicht was mooi, over het meer. We zijn nog even in het stoombad geweest, maar het buitengedeelte trok.
Dat was koud! Zo, op je slippers naar buiten lopen en gauw het warme bad in schieten. Zo snel, dat ik met mijn duffe hoofd gewoon met slippers en al in het bad stapte.
We zochten een plekje uit waar we met onze hoofden net onder de rand bleven, want het waaide en dat is koud met natte haren. Vanaf ons plekje keken we zo over het meer. Geweldig!

Er waren mensen die de schoonheid van de omgeving niet opviel. Een jong stelletje dat het jammer vond dat wij daar zaten te kwekken. Of een puber met zijn puisten. Helemaal alleen in zijn hoekje, waar zou hij aan gedacht hebben?
Was naar het buitenbad toe lopen koud, er uit was nog kouder. Met een nat lijf in de wind. Gelukkig was het maar een paar meter.

Binnen dronken we nog een glaasje water en zagen H. wuiven. Hij zat al te wachten om ons weer naar huis te rijden.

 

zondag 8 december 2013

Elektriciteit

 

 
Voor mij hoort bij het wat ouder worden ook, dat mijn haar begint grijs te worden. Niet een paar haren, maar hele stukken van  mijn kapsel worden wit en grijs. Ik voel me nog te jong om als “grijze duif”  door het leven te gaan, dus verf ik mijn haren zo af en toe.  
Ik stel het altijd uit, heb er geen zin in. Maar twee weken geleden, op donderdag, besloot ik om dit nu eindelijk te gaan doen. Op zaterdag zouden we naar Nederland gaan en ik wilde er een beetje netjes uitzien.
Met mijn haar in de verf riep ik naar Ruud dat het gelukkig maar een half uur in hoefde te trekken.
Toen viel de elektriciteit uit!
Nou en? Zou je zeggen. Maar… wij hebben een eigen waterbron, het water wordt uit de grond opgepompt. Jawel:  op elektriciteit.
We hebben ook bergwarmte, dat apparaat loopt ook op elektriciteit.  Dus: geen warm water en geen verwarming.
Gelukkig hebben we tegenwoordig ook een houtkachel, dus warmte is geregeld. Maar het water is nog een probleem.
“Ach” , dat ik positief: “ ik heb nog 20 minuten voordat ik mijn haren uit moet spoelen.”
Maar toen er 10 minuten om waren, besloot Ruud toch maar twee emmers water uit de regenton te halen. Dat is een beetje te koud om over je hoofd te gooien, maar we hebben een soort gastoestel waar je patronen  in doet. Zo konden we dat water wel wat opwarmen dachten we.
We stonden te peuteren met de gaspatroon, want natuurlijk waren we even vergeten hoe dat ook al weer ging. Ruud nog met zijn jas aan, want hij wilde snel warm water maken voor me.
Het gas spoot er aan alle kanten uit, maar niet de goede.
Uiteindelijk zat de patroon hoe hij moest zitten en kon Ruud het gas aansteken.
Boem!!  Zei het gas en alle gas, dat er van te voren uitgespoten was, vatte vlam. Ook op de handen en jas van Ruud. Het ziet er heel raar uit wanneer iemands hand ineens in brand staat.
Ik gooide met de pan, die ik in mijn handen had, snel water over zijn hand en jas. Het doofde gelukkig direct.
Dat werd dus niets en terwijl Ruud met zijn hand in het water zat, belde ik mijn vriendin of ik misschien even bij haar mijn haren uit mocht komen spoelen. Inmiddels waren de 30 minuten toch al wel verstreken.
Ik sprong in de auto en reed zo snel als ik kon. Halverwege ging mijn mobiel. Dat was Ruud. We hadden weer elektriciteit. Ik keerde om en scheurde weer terug.
Gelukkig zijn de handen van Ruud, na een paar grote blaren, weer  helemaal in orde.
 
 
 


zondag 3 november 2013

1 november

Afgelopen vrijdag was het weer Allerheiligen, hier in Zweden heet het Alla helgons dag. Het is de dag dat de Zweden hun gestorven naasten herdenken.
Al dagen van te voren kun je in de winkels van die rieten kransen kopen waarop men dennentakken heeft gemaakt. Bovenop zitten wat dennenappels of soms een bloem.
Ook zijn er overal lichtjes (een soort hoge theelichten) te koop die buiten kunnen blijven branden. Steeds vaker worden deze vervangen door een plastic lampje op batterijen die blijven branden tot de batterij op is, maar die vervangen kan worden. De handigheid wint ook op dit gebied.

Mijn vriendin Laila gaat elk jaar naar het kerkhof van Grangärde, een dorpje dat naast Ludvika ligt.
Het is een lief klein dorpje met een witte kerk. Vanaf een deel van het kerkhof kun je het meer zien liggen. Ik vind het een mooie plek, er straalt rust vanuit.
Net zoals vorig jaar, vroeg ze mij dit jaar om weer met haar mee te gaan. Ik vind het een eer, het is toch iets heel persoonlijks, het bezoeken van de graven van de mensen die je liefhebt en lief had.

Gewapend met de onvermijdelijke kransen en natuurlijk ook de heide plantjes, schepje en tuinhandschoenen gaan we op pad.
Bij het kerkhof koopt Laila nog wat bloemen. Die komen bij het graf van haar moeder. De as van haar moeder is op een algemeen veld gestrooid. De bloemen worden in een vaasje gezet. In een ander vaasje komt een (echt) brandend kaarsje.
We gaan verder naar het graf van de vriend van Laila's moeder. Die krijgt een krans, de hei wordt in de grond gezet en er komt een langdurig brandend kaarsje bij.
Het kerkhof is voor zo'n klein dorpje niet klein en Laila loopt slecht, dus rijden we om de kerk heen naar het graf van haar vader en dat van haar man. Ook hier worden de plantjes geplant en de kransen en lichtjes neergezet.
De meeste grafstenen zijn niet groot. Onder de stenen staan urnen, geen kisten.

Dan gaan we de kerk in. Laila heeft als kind in de buurt gewoond en zij verteld mij, dat ze boven bij het orgel heel wat keren heeft gezongen in het kerkkoor.
Voor in de kerk staan, op een lange standaard, allemaal kaarsjes. Dit zijn de kaarsjes voor alle mensen die in het afgelopen jaar in het dorp overleden zijn. Het zijn er eigenlijk best wel veel. De namen van de overledenen zullen in een speciale dienst opgenoemd worden.
We kopen kaarsjes, zij vier voor haar  familieleden en ik twee, voor mijn vader en voor Rob, de broer van Ruud, die veel te vroeg overleden is drie jaar geleden.
In mijn gedachten, terwijl ik de kaarsjes neerzet, zeg ik tegen ze dat ze het misschien wel flauwekul hadden gevonden, die kaarsjes, maar dat ik het toch doe. Ik hou nog steeds van ze.

In het dorp is ook een bedrijfje waar ze heerlijke, al dan niet ecologische, sapjes, jam en dergelijke maken. Het heet Grangärde Musteri ( http://www.grangardemusteri.se/ ). Hier kun je ook koffie drinken, een taartje eten of een kleine lunch nemen.
Het spreekt vanzelf dat we daar natuurlijk even lunchen. Koffie en thee drinken en sapjes inslaan.
De foto is in het voorjaar gemaakt, het is nu wat kaler en somberder.



zondag 22 september 2013

2 jaar Zweden


We wonen nu al weer 2 jaar in Zweden. De tijd gaat snel, heel snel.

Het was een tijd met ups en downs. Want laten we wel zijn: de keuze om te emigreren maak je na lang overwegen, maar eenmaal geëmigreerd komt er veel meer op je pad dan je had verwacht.

De eerste winter viel, zeker voor Ruud niet mee. 2,5 maand om ongeveer 3 uur donker, daar moet je aan wennen.  Je leert ermee rekening te houden. De afgelopen winter was het lang zo erg niet meer. Je weet dat je ’s middags natuurlijk wel weg kan, maar dat je in het donker door de bossen rijdt. Met alle gevaren van bijvoorbeeld onverwachts overstekend wild.

Ook de langdurige gladheid en sneeuw pas je in je leven in. Hoewel je toch altijd weer voor verassingen komt te staan, zoals ik beschreef in mijn andere blog.

De  instanties van beide landen begrepen niet hoe ze iemand met FPU moesten behandelen. Dat heeft toch meer dan een jaar geduurd voordat alles in orde was.
Toevallig vertelt Ruud net dat hij er achter komt dat nu, na 2 jaar, nog niet alles goed geregeld is.

Zweden zijn vriendelijke mensen, maar je moet  er mee leren omgaan. Je leert op welke manier ze denken en handelen. Niets mis mee, maar het is een proces waar je door moet.

Tja, de taal. Die is niet makkelijk. Ik heb Zweedse vriendinnen, ga ermee op stap. Zit in een breiclubje. Niet omdat ik dat zo goed kan, maar om de aanspraak. Ook daar leer je van.

Maar je hoofd zit vol ’s avonds, het is doodmoe van al die concentratie, het proberen te begrijpen wat ze zeggen en het mijn best doen om deel te nemen aan het gesprek.
Dat is moeilijk voor me, want ik neem graag deel aan het gesprek. Het was zeker een keer heel frustrerend toen ik in een jaarvergadering van de handwerkvereniging (jaja) niet precies kon zeggen wat ik wou. O, die sloomheid met beslissen, het voor je uit schuiven van zaken. Niets voor mij.
Ik geloof dat daar niets Zweeds aan is, maar in Nederland had ik mijn mond al open gedaan.

Ja, we hebben veel gepraat de afgelopen jaren. Onszelf afgevraagd of we er goed aan hebben gedaan om te emigreren.
De afstand naar onze kinderen, ons kleinkind is groot. Maar, er staat tegenover dat, wanneer we in Nederland en België zijn, het contact intenser is. Dat is heel fijn.
En we hebben natuurlijk skype, het is heerlijk om elkaar op zo’n manier even te zien.

Maar elke keer wanneer we weer eens alles op een weegschaal leggen met het idee: zou het niet beter zijn om terug te gaan naar Nederland? Dan slaat die weegschaal toch om naar Zweden.

Hier gaat alles een stapje langzamer. Er zijn geen files. Er is ruimte, rust en de heerlijke geur van bos en groen. Dat is goed voor onze door en door gehaaste Hollandse geest. Die langzaam steeds meer tot rust komt.
Dat heeft heel veel tijd nodig, want die gehaastheid, stress, de stadse mentaliteit raak je niet zomaar kwijt.

Want, hoe zou het zijn in Nederland. Wanneer we er zouden wonen?

Ruud heeft geen slecht prepensioen.  Maar hoe wordt het wanneer hij echt pensioen krijgt? Er wordt in Nederland steeds meer gekort.

Dan de woonlasten, die in Nederland abnormaal hoog zijn. De huizen zijn niet om te betalen, zeker voor ons niet. Wij hebben namelijk ons eerste koophuis pas in 1986 gekocht. Die hypotheek was, toen we het verkochten nog niet eens afbetaald. Veel hielden we er niet aan over.

De huren rijzen de pan uit. € 1.000,-- per maand is tegenwoordig heel normaal. En daar komt ieder jaar weer een verhoging op.
Wanneer wij in Nederland zouden wonen met deze hoge woonlasten kunnen we ons misschien geen auto meer permitteren. De benzineprijzen rijzen de pan uit.
Dat zou dan inhouden dat we weinig naar onze kinderen en de andere familie zouden kunnen gaan. Of eens, zoals we nu doen, een grotere aankoop doen. Iets voor onszelf, of voor in het huis.

Nee, laat ons maar hier wonen en lekker rommelen in de tuin, het huis, mijn atelier.  Weg van alle onrust en onverdraagzaamheid. Natuurlijk is die ook in de Zweedse grote steden, maar hier op het platteland  valt het mee.
We leren steeds meer onze weg te vinden en die weg is goed.

En we komen gewoon naar Nederland, zo af en toe. Want buiten de familie willen we die lekkere Gelderse worst, leverworst, kaas en haring, toch ook niet missen.

zondag 11 augustus 2013

ZOMER




De vorige blog, die Ruud schreef,  ging over de winter, kou en sneeuw. Nou, die hebben we gehad!
Eind november begon het te sneeuwen en met tussenpozen heeft het tot eind maart, begin april geduurd voordat de sneeuw weer weg ging smelten.
Ook deze winter was het niet koud, maar een paar keer -20 ’s nachts. Wat waren we blij met onze oude sneeuwschuiver. Die heeft zijn geld al opgebracht.
Die arme Ruud, liep als een ingepakt Michelin mannetje achter het apparaat. Wit van top tot teen.
De moeite die we hadden om onze oprit door de vers gevallen sneeuw op te rijden na 10 dagen Nederland .  Over die 47 meter deden we toch mooi 1,5 uur!
Vogels en herten gaven  we extra voer, omdat alles onder de sneeuw lag. De gladheid die ontstond omdat de sneeuw overdag smolt en ’s nachts weer aan vroor.
We konden het ons haast niet voorstellen dat het weer groen zou worden om ons heen.

Maar, het voorjaar kwam. De sneeuw smolt en het gras werd weer groen.
De bomen liepen uit en opeens konden we de vlakte,  waar het bos naast ons is geweest en dat gekapt is, niet goed meer zien. De weg aan de voorkant werd nauwelijks zichtbaar door de muur van groen, die werd opgetrokken binnen een paar weken.

Met het betere weer kwamen ook de dieren weer te voorschijn. En dan merk je toch wel, dat je op het land woont.
Toen we de weg nog net konden zien, dachten we dat we de vos zagen lopen. We vonden dat hij er rommeliger dan het jaar ervoor  uitzag. Een paar weken later hoorden we, dat de buurman een wolf op de weg had zien lopen. Eh, zou dat die vos zijn die we dachten te zien?
Het eekhoorntje, dat de hele winter zonnepitten en ander vogelvoer had gegeten, zagen we niet meer. Ik vond wel onder een stapeltje steentjes in een hoek van het huis wat bewaarde pitten.
De vogels waren druk bezig met hun nesten. Wat een kolossale nesten maken die eksters toch. Het lijken we flatgebouwen.
Overal in de struiken werden nesten gemaakt door verschillende vogels. En de koekoek riep de hele dag.

Op een dag liep ik de weg af en werd aangehouden door een buurman. Of Ruud het gras nog steeds maaide lopend achter de benzinemaaier. Ja, Ruud loopt iedere week 2 uur de voortuin en 1,5 uur de achtertuin te maaien met de machine. Nou had de buurman een nieuwe zit maaier gekocht. Of wij misschien zijn oude zit maaier wilden hebben? Die deed het nog goed.  De buurman hoefde er niets voor te hebben.
Wat een luxe! Vrolijk roept Ruud nu: ” ik ga even het gras knippen hoor”.  Een half uurtje later is alles klaar en veeg ik voor de vorm het zweet van zijn vermoeide lijf.

Intussen zijn de hertjes weer terug, nu met twee jongen, die lopen te huppelen door de tuin. De vogels hebben kleintjes gekregen. Het is druk in de tuin door alle vogeltjes die voedsel zoeken. De jongen van de ekster zoeken ’s morgens rond vijf uur al mopperend naar kleine beestjes tussen het riet van onze stoeltjes die voor het raam staan.
Het is geweldig om, na een grote periode van warm weer,  jonge vogeltjes in de schaal met water die buiten op tafel staat te zien drijven, omdat ze verkoeling zoeken.
De bevers zijn weer aan het bouwen. Eindelijk heb ik er één zien zwemmen.

Natuurlijk zijn er nog andere dieren, waar ik niet zo gek op ben. Ik zag een slang over onze oprit glijden. Voordat ik Ruud had geroepen verdween hij onder een struik.
We hebben altijd onze veranda open staan, omdat het daar met warm weer net een sauna is.
’s Morgens op mijn blote voeten even de veranda op om de deur open te schuiven en dan gerommel te horen. Nee, ik heb niet gekeken wat het was. Ik heb me omgedraaid en ben hard de kamer weer ingelopen en heb de deur achter me dicht gedaan. Maar het zou die slang geweest kunnen zijn. Die lekker binnen lag te soezen.
Ik heb hem weken later weg zien schieten. Hij lag naast de veranda te zonnen in het gras.
Iedereen vraagt me of hij gele stippen aan de zijkant van zijn kop heeft. Dat weet ik niet. Want als ik een slang zie loop ik weg, niet ernaar toe.


Op de foto’s: Ruud voor het eerst op de maaier en de dank van de vogels voor een zorgeloze winter. Ze hebben een pit geplant aan de andere kant van het huis.